simonevanschip.reismee.nl

Hoofdstuk 8. Ze leefde nog lang en gelukkig, einde.

Het is nog geen 24 uur geleden dat ik mijn laatste blog schreef, maar ik had jullie al gewaarschuwd dat er snel weer een update zou komen. Dat dit sneller dan verwacht is, zelfs voor mij, heeft zo zijn redenen...

Terug in Sydney
Terug in Sydney was het plan als volgt: snel een baantje vinden voor twee maanden (mijn budget was nu eenmaal voor zeven, niet voor twaalf maanden), tussendoor kerst en oud & nieuw vieren met vrienden van de westkust, en daarna met m'n newborn budget de Filipijnen verkennen.

Het is echter een beetje anders gelopen.

Mijn geld is echt, echt bijna op, maar de baantjes liggen niet voor het oprapen. Nou ja, niet als je, zoals ik, geen fundraising en door-to-door sales wilt doen. Voor de horeca heb je een certificaat nodig dat bewijst dat je responsible serving alcohol bent, en natuurlijk kost het geld om die cursus te doen. Veel uitzendbureaus vragen ook een vrij hoge lidmaatschapsprijs.

Daarnaast heb ik mezelf erop betrapt dat ik eigenlijk bést wel een beetje heimwee heb. Naar vrienden en familie. Naar studeren (ja, echt!). Naar Nederlandse kaas en kroketten. Maar ook heb ik het gevoel dat het wel weer tijd is voor iets nieuws. Nieuwe studie, nieuw werk, nieuwe reizen...

Dus...
Misschien voelde je ‘m al aankomen: ik kom naar huis. En wel op de origineel geplande datum, namelijk 4 december.

Dus iedereen: see you next weekend!

Hoofdstuk 7. Nieuw-Zeeland

Goed, hoog tijd voor een update! Ditmaal: Nieuw-Zeeland.

Week 1.
Op vrijdagavond kwam ik aan in Auckland, om daar meteen af te spreken met een neef van mij, die daar een stage doet. Het is onwerkelijk, raar, maar vooral heel tof om iemand van thuis te zien aan de andere kant van de wereld. Iemand met wie je in Nederland nauwelijks contact hebt (ook al woonden we praktisch bij elkaar om de hoek in Tilburg), maar met wie je in Nieuw-Zeeland afspreekt en een hilarische avond beleeft. We gingen uit eten in een Ierse pub/café, waar na het eten een zanger met gitaar ons de hele avond vermaakte met covers, en wij ons bezatten...

Maar mijn neef had de rest van het weekend andere plannen, dus ik verkaste naar een hostel, en ging aan de slag om online en via prikborden mensen te vinden om mee door Nieuw-Zeeland te touren. Al snel vond ik iemand die met zijn campervan het noordelijke eiland wilde verkennen. We spraken af, en vertrokken de volgende dag! We reden eerst naar Piha, een prachtig kustdorpje. We maakten mooie foto's van het strand met indrukwekkende bergformaties die door de mist en lage zon mysterieus aandeed. We sliepen ergens op een parkeerplaats in de campervan, en de volgende dag wandelden we de berg op naar een verborgen pareltje: de Kitekite watervallen. Daarna reden we door naar Raglan, beroemd om zijn goede surfstranden (en blijkbaar de langste linksomslaande golf van de wereld). Goed, het weer was niet echt lekker om te surfen, maar niet getreurd: we kwamen twee meiden tegen die Tobi (mijn Duitse campervan-maatje) al kende van een eerdere roadtrip. Met twee campervans naast elkaar maakten we eten en hingen we rond in Raglan. Ook deze nacht sliepen we op een parkeerplaats, maar deze keer niet zo succesvol: om zeven uur 's ochtends werden we gewekt door de politie, omdat het niet toegestaan is om op parkeerplaatsen te overnachten... Met heel erg verbaasd kijken en gebrekkig Engels praten, hoefden we uiteindelijk geen boete te betalen, maar we moesten wel meteen door. We besloten wat verder zuid te rijden, naar de indrukwekkende Bridal Veil Falls, om daarna een mooie kustroute terug naar Raglan te rijden. Vanaf daar reden we naar Hamilton, een wat grotere stad, omdat Tobi via via had gehoord van een soort boerderij/hostel waar je kon overnachten. Het was heel gezellig daar: we aten met zo'n 25 mensen rondom één tafel, en ik voelde me helemaal thuis met een maaltijd van gekookte aardappelen, groente en vlees. Lekker Hollandse pot! Goed, aldaar besloten Tobi en ik om niet verder samen te reizen (verschillende tijdschema's), en ik lifte terug naar Auckland.

Vanuit Auckland vertrok ik op roadtrip met de volgende lift die ik via internet vond. Met Chris verkende ik het Northland van Nieuw-Zeeland, oftewel het meest noordelijke schiereiland boven Auckland. In drie dagen zagen we verlaten stranden, helder water met grote vissen, de Bay of Islands, gingen we op stap en reden we naar het meest noordelijke punt van Nieuw-Zeeland: het indrukwekkende Cape Reinga, een heilige plaats volgens de Maori, en ook de plek waar de Tasmaanse Zee en de Grote/Stille Oceaan samenkomen (je kunt letterlijk een ‘lijn' in het water zien waar ze botsen, met kleine draaikolken). Al met al een gezellige trip!

De rest van de weken
Van de vijf weken was er inmiddels al één voorbij, en ik had nog niet eens de helft van het noordereiland gezien. De lift offers op internet waren er ook niet meer in overvloed, dus ik besloot dat het tijd was voor actie: ik boekte een bustrip, die me van Auckland in vier weken naar Christchurch kon brengen, met een hoop toffe stops onderweg. En waar ik op hoopte, gebeurde ook: er waren een hoop gezellige backpackers in die bus, waarvan sommige ongeveer hetzelfde tijdschema als ik hadden, zodat we bijna altijd samen op de bus zaten. Ik zal de trip proberen een beetje puntsgewijs te brengen, want een volledig verhaal zou zo'n tien pagina's in beslag nemen, ben ik bang...

Stop 1. Rotorua
Rotorua is een plek van volop thermische acitiviteit: stomende meren, borrelende moddermeren en geisers zijn hier aan de orde van de dag. Deze volcanische acitiviteit betekent wel dat het overal naar sulfur ruikt, oftewel: rotte eieren. Maar dat maakt ineens niets meer uit als je in het heerlijk warme zwembad van het hostel ligt, verwarmd dóór al die thermische kracht! In Rotorua werd ik al snel closer met Vicki, een toffe meid uit Engeland, en toen we onze denkbeeldige agenda's naast elkaar legden, bleek dat we op één dag na precies hetzelfde tijdschema hadden en beide vanaf Christchurch Nieuw-Zeeland uit vlogen. Vanaf Rotorua waren we eigenlijk meteen twee handen op één buik. Zelfde interesses, humor en karakter zorgden vanaf toen voor vele, vele hilarische (oké, en ook wat gênante) momenten...

Stop 2. Taupo
Taupo ligt - heel origineel - aan Lake Taupo, het grootste meer in Nieuw-Zeeland (het is net zo groot als heel Singapore). Taupo is voornamelijk bekend om de goedkope skydive die je daar kunt doen. Ik had de mijne echter al in Australië gedaan en besloot om weer ‘ns wat cultureel te doen en het museum aldaar te bezoeken. Klein, maar zeker interessant. Die avond gingen we op stap: Vicki, Helen (Ierland), Tom en Brett (Canada) en ik. Het was een geniale avond, en vanaf toen vormden we zo ongeveer een groep. Oh ja, Vicki en ik besloten hier dat we tegen het einde van de trip met drie ballen moesten konden jongleren. Waarom? Gewoon, omdat het kon. (En omdat de familie van Vicki haar drie jongleerballen op reis had meegegeven. Geweldig!) Het werd een rode draad door de reis...

Stop 3. Waitomo Caves en National Park
Onderweg naar het dorpje National Park (heel origineel weer vernoemd naar het feit dat het aan de rand van een - verrassing! - national park ligt) stopten we bij de Waitomo Caves, bekend om de gloeiwormen! We deden een tour door de grotten en zagen een hele melkweg van gloeiwormen op het plafond van de grot: hele banen witte lichtjes overal om ons heen. Ook de stalactieten waren het bezichtigen waard. Het hostel in National Park (vanaf nu: NP) bleek een indoor klimmuur te hebben, dus die avond hingen we met z'n allen in de touwen. Heerlijk, een beetje inspanning na een paar dagen in de bus te hebben gezeten! Vicki en ik besloten om drie nachten in NP te blijven, zodat we de kans hadden om één van de beste full day hikes ter wereld te doen: de Tongariro Alpine Crossing. Het was ab-so-lu-te-ly a-ma-zing! Een hike van zeven uur is lang, maar het is het zeker waard als je ziet wat we ervoor terug kregen (opnieuw verwijs ik door naar Facebook): in één dag zagen we de voet van de berg, het uitzicht van de top van de berg, liepen we door sneeuw, zagen we prachtige turquoise meren, een roodbruine volkanische krater die ook daadwerkelijk stoomde, een meer met een puzzel van ijsschotsen, nog meer prachtige vergezichten en uiteindelijk daalden we af door het bos, langs prachtige stroompjes en watervallen... En natuurlijk jongleerden we op top van de berg.We namen beide zo'n tweehonderd foto's die dag, gok ik. Wow. Uitgeput, maar tevreden lagen we die avond om tien uur in bed.

Stop 4. Ohakune
Omdat het het laatste weekend was dat het skigebied open was, besloten Vicki en ik zelf een bus te boeken naar Ohakune, om een dagje te skiën. Helaas, helaas: door te harde wind was het hele gebied juist die dag gesloten... Die dag deden we dus niet veel: rondlopen, kopje thee doen, in het gras liggen en films kijken.

Stop 5. Wellington
De volgende dag pikte onze bus ons in Ohakune op (ideaal!) en reden we door naar Wellington, de hoofdstad, alwaar we weer verenigd werden met de rest van ons groepje (zij waren wat nachten daar gebleven). In Wellington bezochten we het Te Papa museum, het - blijkbaar - beste museum in Nieuw-Zeeland. Het was heel interessant, omdat het zo interactief was. Die avond wilden we het nachtleven gaan verkennen, maar omdat het maandagavond was, was er niet veel te doen. We eindigden in een Ierse pub met een hele slechte live ‘band' die Ierse liedjes vertolkte. We gaven de moed al snel op en eindigden in MacDonald's, waar we vooral NIET onze eigen burgers mochten bakken (hè, wat flauw...).

Stop 6. Nelson
De volgende morgen namen we afscheid van het noordereiland, en bracht de ferry ons naar het zuidereiland. Onze eerste stop was in Nelson, een stadje met een gezellige sfeer. Bovendien was ons hostel geweldig: zwembad, jacuzzi, sauna, gratis soep in de avond en gratis draadloos internet. Luxe die de meeste hostels niet hebben... We bleven daar ook een extra nacht, zodat we het Abel Tasman National Park konden bezoeken. In Abel Tasman wandelden we een halve dag, door prachtig bos met uitzicht op de gouden stranden ernaast. Wat is de kans dat je ergens in een bos in Nieuw-Zeeland een klasgenootje van de basisschool tegenkomt? Klein, of niet? Nou, het overkwam mij! Onwerkelijk, maar waar. De rest van de dag kayakten we terug naar het beginpunt, samen met twee gidsen. Omdat de wind vrij sterk was, lieten de gidsen ons een ‘zeilboot' bouwen: met vijf kayaks half voor, half naast elkaar, de achterste personen hielden één peddel omhoog met een zeil eraan gespannen, de voorste personen hielden de andere kant van het zeil naar beneden. En ja hoor, de wind bracht ons een heel stuk verder! Ontzettend leuke ervaring.

Stop 7. Greymouth
Goed, hier zal ik niet te veel woorden aan vuil maken: er was niets te zien of te doen in Greymouth (de naam kan je bekend in de oren klinken, omdat dit het dorpje is waar zojuist een mijn is ingestort met 29 mijnwerkers erin...), dus we besloten drankspelletjes te doen en ons zo door de avond te helpen.

Stop 8. Franz Josef
De enige reden dat er een stop in Franz Josef is, is vanwege de gletsjers. Die kun je onder begeleiding beklimmen. Omdat ik toch écht op mijn financiën moest letten, en die hikes reteduur waren, heb ik het geskipt. Vicki en Helen deden het wel, en waren razend enthousiast (wat mij wel treurig stemde: Nieuw-Zeeland is écht een land waarbij je budget je reis kan maken of kraken...). 's Avonds gingen we naar de hot pools die er ook waren: gelukkig niet zo duur, en heerlijk ontspannend.

Stop 9. Wanaka
Het is niet een hele grote verrassing als ik je vertel dat Wanaka aan Lake Wanaka ligt, of wel? Wanaka is een prachtig, idyllisch plaatsje waar we een beetje verliefd op werden en er daarom vier nachten besloten te blijven. In die vier dagen deden we veel. Ik wandeldetwee uur Mount Iron op en terug. Helen en ik liepen een heel eind langs het meer. Webezochten de oude bioscoop waar de film halverwege onderbroken wordt als de koekjes klaar zijn. Werenden als kinderen rond in Puzzleworld: een themaparkwaar je door een immens doolhof kunt lopen, optische illusies kunt bekijken en veel puzzels/raadsels kunt doen. Wehuurdeneen auto en deden we een van demooiste scenic drives.Maarvooral: we ontspanden!

Stop 10. Queenstown
Queenstown is de party capital van Nieuw-Zeeland, en feesten, dat deden we! Elke dag op stap... Onze groep was inmiddels uitgebreid met drie Lauren's(twee uit Engeland en één uit Canada) en de broers Rich en Paul. Vooral de zaterdag was geweldig, omdat we twee verjaardagen vierden: van Helen en van Rich (beide pas een paar weken later jarig, maar goed, zoiets moet je écht in Queenstown vieren). We kochten allemaal een zwart T-shirt en beschilderden die én onszelf met fluorescerende verf, en organiseerden onze eigen kroegentocht. In Queenstown deed ik echter ook iets ontzettends stoms: ik liet een kop gloeiend hete thee op mijn voet vallen. Die brandwond zorgde ervoor dat ik helaas niet meer zo veel kon wandelen, hoe graag ik ook het uitzicht van de top van de berg had willen zien op Lake Wakatipu, het meer waar Queenstown en ligt, en waar meerdere scènes van Lord of the Rings zijn opgenomen.

Stop 11. Dunedin
Na Queenstown kwamen we bij in Dunedin, dé studentenstad van Nieuw-Zeeland. Helaas niet zo buzzing als normaal, omdat het daar al zomervakantie is... Maar zeker een leuke stad vanwege alle art galleries, tweedehands boekwinkeltjes, oude architectuur en natuurlijk de grote Cadbury chocoladefabriek, waar Vicki en ik ons loslieten op héél veel gratis chocolade en we daardoor de rest van de dag high van de suiker als twee stuiterballen rondliepen. In Dunedin bezochten we ook de beroemde Baldwin Street, de steilste residentiële straat ter wereld (sommigen van jullie zullen hem herkennen van de tv-reclame van een paar jaar terug waarin duizenden felgekleurde stuiterballen een steile straat af werden gegooid).

Stop 12. Oamaru
Vicki en ik boekten een lokale bus naar Oamaru, een stadje bekend om zijn oude Victoriaanse architectuur. Er was een Victoriaans festival aan de gang, dus besloten we ons mooi aan te kleden en een avond te luisteren naar een story teller, die verhalen uit de Victoriaanse tijd voordroeg. Het was een beetje een fiasco (de story teller had niet echt veel talent...), maar gelukkig waren daar de gratis koekjes en cake om ons tevreden te houden (eten is, naast jongleren, echt een rode draad voor Vicki en mij geweest in Nieuw-Zeeland, héél slecht voor de love handles).

Stop 13. Tekapo
De volgende dag pikte onze eigen bus ons weer op, en reden we door naar Tekapo, bekend om het feit dat het ligt naast, jawel, Lake Tekapo. Heel mooi, maar helaas: met mijn voet kon ik geen van de activiteiten aldaar doen. Niet hiken, zwemmen of rolschaatsen (Ja! Er was een rolschaatsbaan!)... De barbecue en zonsondergang aan het meer maakten het echter allemaal weer goed.

Stop 14. Christchurch
En daar waren we, aan het eind van ons avontuur... Maar voordat het écht afgelopen was, deden we nog even heel cultureel: we bezochten de art gallery, luisterden naar live muziek op het plein, liepen over de arts & crafts markt en bezochten we het ballet de Notenkraker. Heerlijk! Misschien kun je je nog herinneren dat er begin september een vrij zware aardbeving in Christchurch was. De gevolgen daarvan waren op sommige plekken nog goed zichtbaar: opengebroken straten en gebouwen zonder gevel waren geen uitzondering. Het is een wonder dat er niemand omkwam tijdens die beving.

En toen was het écht tijd om afscheid te nemen. Nieuw-Zeeland was geweldig, zowel het land als de mensen. En ik heb er vrienden voor de lange termijn gemaakt.

Volgende keer een update uit Sydney (waarschijnlijk heel snel, want er staat veel te gebeuren...)!

Hoofdstuk 6. Over toen alles anders werd

Maar voordat alles daadwerkelijk anders werd, gebeurde er ook nog wat. Vandaar: eerst Perth en Fremantle.

Wat ik jullie al meedeelde over Perth, was dat ik er vooral genoot van civilisatie in het algemeen. Musea, grote supermarkten, parken met de geur van versgemaaid gras, verbinding met de buitenwereld (lees: gratis internet in de bibliotheek)... Dit heb ik zo'n week volgehouden - daarna was ik er wel weer klaar mee. Perth is een aangename stad, maar niet zo intrigerend en artistiek als Melbourne bijvoorbeeld was. Het hostel waar ik verbleef hielp eerlijk gezegd ook niet mee: 90% van de inwoners was van Aziatische afkomst gok ik - en zij hebben de neiging in hun Aziatische comfortzone te blijven. Oftewel: ik voelde me een beetje allenig daar.

Fremantle
Maar goed, niet getreurd. Herinner je je dat ik in mijn vorige blog over toevallige ontmoetingen sprak (die in de bus)? Nou, de jongen in kwestie nodigde me uit om naar Fremantle te komen (klein, relaxed, hippieachtig stadje ten zuiden van Perth). En Fremantle (ook wel Freo genoemd) is supertof. Artistieke winkeltjes, een grote weekendmarkt, veel terrasjes en gewoon een ontspannen sfeer. Het hostel (genaamd: Pirates) maakte het allemaal nog een beetje beter. Het was klein, maar dat is altijd positief: je kent bijna iedereen bij naam en het is daarmee veel persoonlijker. Aan de orde van de dag in Pirates waren strandbezoekjes, cliffjumping, vele potjes pool, samen films kijken, maar voornamelijk: heel veel feesten met de groep toffe mensen daar. Vooral de themafeestjes waren populair: mad hatter party, pyjama party, bin bag party, enzovoorts. Zondag was cake day; de dag waarop een paar kerels van het hostel een taart bakten. Naakt, met alleen een schort voor. I'm not kidding... Wat kan ik nog meer over het dagelijkse leven in Pirates vertellen? We keken geen dvd's, maar video's: lekker ouderwets. Zo nu en dan klommen we in een boom (note to self: niet doen als je dronken bent). Elke avond als de baas naar huis was, stopten we proppen papier in de poolpockets, zodat we niet voor elk potje twee dollar hoefden te betalen. Kortom, een ontzettend leuke tijd.

Kermis
Maar, er moest ook gewerkt worden! Zoals ik jullie al vertelde in mijn vorige blog, had ik een baantje gevonden op de kermis. De kermis in Perth was immens groot; lopen van de ene naar de andere uithoek kostte een halfuur. Er was van alles te zien en te doen - natuurlijk waren er een reuzenrad, achtbanen en allerlei soorten kraampjes waar je knuffels en dergelijke rotzooi kon winnen, maar ook een paardenshow, een koeienveiling, een schapenscheerdersbijeenkomst, dagelijks vuurwerk, een tentoonstelling van oude machines (nee, ik heb ook géén idee waarom) en wat al niet meer. Ikzelf stond in de schietkraam, alwaar de gemiddelde klant met de air rifle ('No, the barrel is not bent, sir.' Túúrlijk niet.) net niet genoeg had aan vijf kurken om de gehele stapel blikjes omver te schieten en een prijs te winnen. Een complete rip-off? Inderdaad. Maar wel een hilarische ervaring...

En toen...
... werd alles echt anders. Metgevolgen voor de rest van mijn reis. Ik zal niet te veel uitwijden over het hoe en waarom; waar het op neerkomt is dat ik voor mezelf heb gekozen. Dit betekent het volgende: ik blijf toch een heel jaar in Australië. In plaats van 3 december 2010 staat mijn vlucht terug naar Nederland nu gepland op 30 april 2011. Een grote verandering, maar ik ben bést een beetje blij met deze beslissing. Wat ik in die extra tijd ga doen? Als eerste zal ik weer een tijd gaan werken - mijn budget is niet bepaald afgestemd op een volledig jaar rondreizen. Dit ga ik in of rondom Sydney doen, zodat ik kerst en oud en nieuw daar kan vieren. Een groep mensen van Pirates komt ook naar Sydney, dus dat wordt één groot feest. En egenlijk stond oud en nieuw in Sydney stiekem al hoog op het lijstje things to do before I die...

Eind januari gaan we met een groep mensen (de meesten ook van Pirates) bovendien een paar weken naar de Filipijnen. Even er tussenuit, naar het cultureel misschien iets interessantere Azië. En daarna? Ik heb geen idee. Ik zou graag nog wat meer tijd aan de westkust van Australië verblijven, maar eigenlijk moet ik ook nog wel de Outback zien, vind ik zelf. Maar goed, tijd genoeg om daar over na te denken.

Sydney
Terug naar mijn reis. Na Fremantle was het tijd om me voor te bereiden op mijn reis naar Nieuw-Zeeland! Van Perth vloog ik naar Sydney, omdat mijn vlucht naar Nieuw-Zeeland vanaf daar vertrok. Omdat ik nog niet in Sydney was geweest, had ik het zo gepland dat ik daar een weekje was, voordat ik verder zou reizen.

Om heel eerlijk te zijn, heeft Sydney me in die week nog niet helemaal voor zich gewonnen. Het is een immens grote stad met veel mogelijkheden, maar dit bracht met zich mee dat het duur en onoverzichtelijk is om er te leven. Maar natuurlijk heb ik me wel weer uitgeleefd op sightseeing, zoals jullie van me gewend zijn. Zo bewonderde ik twee kathedralen, het stadhuis, het belangrijkste museum en natuurlijk: de Harbour Bridge en het Opera House. Mooi hoor, die laatste twee, maar niet zo bijzonder als ik had verwacht... Het zijn dé iconen van Sydney, misschien dat mijn verwachtingen daarom wel te hoog waren. Ik vond de Harbour Bridge gewoon een grote brug, en het Opera House was juist kleiner dan ik had verwacht. Wat ik wel helemaal geweldig vond in de omgeving van Sydney, waren de Blue Mountains: een duizenden hectare groot natuurpark met bergen en valleien met regenwoud, watervallen en prachtige hiking tracks. Het heet niet voor niet de Blue Mountains, ze waren ook echt blauw. Dit heeft iets te maken met bepaalde stofjes in de lucht en weerkaatsing geloof ik (oh, was ik maar beter in aardrijkskunde). De foto's van mijn dagtrip naar de Blue Mountains staan al op mijn Facebook. Ja ja, ik ben inmiddels weer helemaal bij met uploaden!

Volgende keer alles over Nieuw-Zeeland, waar ik gisteren naartoe ben gevlogen!

PS. Hier weer een aantal nutteloze dingen:

  • De mode in Australië. Ik kan er niet over uit. Voor meiden: het is totaal geaccepteerd om een legging te dragen zonder jurkje/rokje eroverheen. En dan een Fame-achtig wijd, kort hemdje. Oh, en het maakt niet uit als je niet bepaald een Kate Moss-figuurtje hebt: iedereen kleedt zich zo. Voor kerels: trek je witte sokken zo hoog mogelijk op als je een korte broek (lees: je surfshorts) draagt, en je hoort er helemaal bij.
  • Australiërs eten ontbijt vaak buitenshuis, in een restaurantje. Nog vóór ze naar hun werk gaan dus. Kun je je dat in Nederland voorstellen? Hun ontbijt bestaat meestal uit bonen in tomatensaus, gebakken ei, bacon en toast. Heel Brits, dus.
  • In het Engels is half five kort voor half past five. Half zes dus. Daar heb ik in het begin wel even aan moeten wennen, maar nu zeg ik het zelf zonder er over na te denken.
  • Meer dan de helft van de Canadezen die ik heb ontmoet heeft Nederlandse voorouders. Blijkbaar zijn er ook heel veel Nieuw-Zeelanders met een Nederlandse achtergrond.
  • En dan nu een opsomming van dingen die ik in Australië al ben kwijtgeraakt: jurkje, paspoort (ik heb hem net weer terug, na twee maanden reizen zonder - gelukkig heb je geen id nodig op binnenlandse vluchten), telefoonoplader, bikini, bh, legging, brillenkoker, sokken, zo'n twintig haarelastiekjes en speldjes, EHBO-kit, zonnebril, en onlangs nog mijn dagboek (aah!)... Ongeordend? Hoezo?

Hoofdstuk 5. Iets met een tipje en een sluier. Oh, en haakjes

Hoe vond je de cliffhanger van vorige keer? Het tipje van de sluier? Hoe dan ook, het is tijd om een en ander geheel te ontsluieren.

Aboriginal communities
Het begon allemaal op een dag van Heel Toevallige Ontmoetingen. In de morgen kwam ik in het hostel Aurore tegen, een meisje dat ik uit Cairns kende - mijn roommate, zelfs! Later die dag kwam ik Teun en Martijn uit Nederland tegen, die ik óók had leren kennen in Cairns. Bizar toeval.

Maar even to the point: die jongens waren op zoek naar werk. Terwijl we bijkletsten, bekeken zij het prikbord (ja, daar is-ie weer) voor leuke job offers. De volgende advertentie trok de aandacht: ‘6-day trip in aboriginal communities, all expenses paid, plus $250'. Zes dagen rondreizen op plekken waar je normaal nooit komt (de meeste communities kunnen alleen na aanvraag van permissie bezocht worden - bovendien liggen ze vaak uren van de bewoonde wereld af), alles wordt betaald (transport, eten, accommodatie) én nog geld toe? Perfect! Ze belden op, ik wilde natuurlijk ook wel mee, en een paar uur laten hoorden we dat we ook daadwerkelijk mee konden!

Goed, we moesten natuurlijk wel werken. Dit deden we in opdracht van een overheidsprogramma, genaamd ‘Try 'n Trade'. Het doel : kinderen in aboriginal communities stimuleren om over werk na te denken. Het overgrote deel van de aboriginals die in een gesloten community leven, heeft geen werk, en denkt daar ook niet over na. Vraag je aan een kind in een westers land wat hij wil worden, dan heeft hij altijd wel een antwoord: brandweerman, coureur, Superman voor mijn part - maar in ieder geval een droombaan. Vraag je het in de communities aan een kind, ongeacht de leeftijd, dan kijkt hij je aan met een compleet lege gezichtsuitdrukking. Vaak heeft hij er oprecht nog nooit over nagedacht. Het is zo'n andere wereld... Om de kinderen zich wat meer open te laten stellen voor in ieder geval de gedachte aan werk, organiseerden wij in elke community die we bezochten een markt, waarbij elk stalletje een ambacht liet zien, of een bedrijf die stages en trainingen aanbood. De kinderen konden zelf proberen een pannenkoek of cocktail te maken, te stuccen, te timmeren, leren over auto's repareren, met een elektricien lichtjes aansluiten, plantjes zaaien, enzovoorts. Over het algemeen waren ze erg verlegen in het begin - maar als ze eenmaal door hadden dat het leuk en niet moeilijk was (of dat het gratis was), werden ze enthousiaster. Zeker weten een toffe en interessante ervaring.

Wat de week echt tot een topweek maakte, was de groep mensen met wie we op stap waren: supergezellig. Hoofd organisatie was Nicole, een meisje dat werkt voor een overheidsdepartement. Zij had haar ouders meegenomen (om te chauffeuren en te koken), een goede vriend van haar (voor de fotografie) en ons, backpackers. Ook waren er dus vertegenwoordigers van bedrijven en instellingen. We hadden de grootste lol samen: flauwe grappen, gezellig geouwehoer en wat al niet meer... Een mooi voorbeeld van een anekdote was dat Martijn (type: luidruchtig en met een schijt-aan-iedereen attitude) zo nu en dan in een roze meisjespyjamabroek rondliep. Gewoon, omdat het kan, zeg maar. Omdat het comfortabel is. De moeder van Nicole had naar aanleiding daarvan een briljant plan: ze kocht alle broeken in de winkel en op de laatste avond kwamen we één voor één uit onze tent met die broek aan! Martijn kwam niet meer bij van het lachen - evenals wij. Vervolgens zijn we in die broeken uit eten gegaan, wat ons in eerste instantie natuurlijk al veel vreemde blikken opleverde. Maar het werd nog mooier toen weop de terugwegdoor de politiewerden aangehouden voor een alcoholtest. De chauffeur (gelukkig ook daadwerkelijk de bob) moest uitstappen. In z'n roze pyjamabroek... Het werd nog grappiger toen we met z'n allen achter uit de Troopy (= Toyota Landcruiser Troopcarrier, auto met bankjes achterin, genoeg voor tien personen) sprongen en op de foto gingen met de politiemannen - allemaal in sexy nachtkledij dus... De politiemannen vonden ons geloof ik maar een raar stelletje (oké, misschien best begrijpelijk), maar wij kwamen niet meer bij.

Roadtrip nummer ik-ben-de-tel-kwijt
Nicole vroeg ons of we ook met het tweede event mee wilden helpen. Daar hoefden we natuurlijk geen twee keer over na te denken! Tussen de eerste en tweede week zat echter een week niets. Maar omdat ze de huurauto's toch allemaal voor drie weken gehuurd had, mochten wij voor een week met de Troopy op stap! En zo kwam het dat we met z'n vijven (we namen een Duits koppel mee, waar Teun en Martijn al een tijdje mee optrokken) op roadtrip gingen door het Dampier schiereiland, ten noorden van Broome. En wow - dat was echt prachtig. Overal een indrukwekkende kustlijn: turquois water, wit strand en vuurrode rotsformaties. Het zeewater is er helder en warm, het tegenovergestelde van elk strand in Nederland dus. Je hoeft niet eens te wennen aan het water, het heeft echt een aangename temperatuur! Een week lang kampeerden we in de bush, maakten we kampvuur, visten we (of eigenlijk, de mannen) en aten we de buit (vis of krab) en bakten we brood. Douchen doe je door te zwemmen en kleding kun je best vijf dagen aan, ook al verlies je liters zweet per dag. In een van de dorpjes aldaar kende het Duitse koppel een ander koppel. We bezochten ze, en spontaan namen ze ons mee met hun bootje op snorkel- en speargunfishing trip! Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat het Australische volk het aardigste en spontaanste is dat ik ooit heb leren kennen.

Aboriginal communities revisited
Na onze prachtige roadtrip moest er weer gewerkt worden: ditmaal iets zuidelijker, in natuurgebied de Pilbara, met communities tot in de Great Sandy Desert. Ook hier verbaasden we ons weer over hoe anders het eraan toe gaat in de communities. De meeste gelijken een vuilnisbelt: overal ligt afval op de grond. En dat betekent niet op het asfalt, want de wegen in de outback zijn bijna allemaal unsealed. Het afval ligt dus gewoon op het gras, in het zand... Mijn persoonlijke theorie is dat aboriginals gewend zijn om te leven van de natuur, wat betekent dat alles dus ook teruggegeven kan worden áán de natuur. Etensresten, enzovoorts. Met plastic verpakkingen en andere rommel gebeurt nu nog hetzelfde.

Een van de hoogtepunten van deze week was het overnachten bij de goudmijn, een tussenstop onderweg. De economie van West-Australië draait grotendeels op de mijnindustrie. We kregen een rondleiding naar de mijn zelf: een immens gat in de grond, waargrote kiepwagensin en uit reden. De wielen van deze monstertrucks waren al twee keer zo groot als ikzelf... Opnieuw een unieke ervaring, iets wat de meeste backpackers nooit te zien krijgen.

Perth
Nu ben ik in Perth. Om een lang verhaal kort te maken over hoe ik zo snel daar ben aanbeland: mijn collega's gingen terug naar Broome, maar omdat mijn tijd in Australië er al bijna op zit, wilde ik liever vanaf waar we waren (Port Hedland) verder zuidwaarts reizen. Port Hedland is echter een mijnstadje = geen hostels = geen backpackers = geen lift naar het zuiden. Omdat bussen net zo duur is als vliegen, maar oncomfortabel en tijdrovend (26 uur naar Perth!), boekte ik dezelfde dag nog een vlucht naar Perth (op 11 september - oei!). Daarmee heb ik - helaas! - heel wat mooie bezienswaardigheden aan de westkust overgeslagen, zoals het Ningaloo Reef (blijkbaar net zo mooi als het Great Barrier Reef) en Karijini National Park (blijkbaar het mooiste natuurpark aan de westkust), wat betekent dat ik nog een keer terug moét komen naar Australië. Hè, wat vervelend nou.

(Even tussen haakjes: waarom schrijf ik zo veel tussen haakjes? Lees de laatste alinea maar eens terug...)

Nu ben ik dus in Perth. Om eerlijk te zijn, was ik wel weer toe aan civilisatie. Bushcamping is allemaal leuk en aardig, maar op een gegeven moment begon ik te hunkeren naar stadsdingen. Musea en zo. Gemaaid gras om in te liggen met een boek. Verse in plaats van ingeblikte groenten. Hmm. Dingen waar ik nu met volle teugen aan het genieten ben. Dus ik zeg: cheers mate, see ya later!

PS. Ik heb een klein baantje gevonden: werken op de kermis. In m'n volgende blog uiteraard meer daarover. Ik ben zelf ook benieuwd...

PPS. Even een paar nutteloze dingen op een rij:

  • Afgelopen zondag heb ik anderhalf uur in de rij gestaan voor een tentoonstelling. Het was het niet eens waard. (Zou het wel geweest zijn trouwens, als ik niet voor elk tentoongesteld object opnieuw in de rij had moeten staan.)
  • De Nederlanders ontdekten Australië eerst, en noemde het New Holland. Maar we vonden het niet interessant genoeg, en toen later de beroemde Captain Cook hier aanmeerde, claimde hij het voor Engeland. Er zijn echter nog wat dorpjes die in naam nogal Nederlands aandoen, zoals ‘Dirk Hartog', ‘Zuytdorp' en ‘Leeuwin'.
  • Gisteren vond ik een Nederlands schap in de supermarkt. Ik was zo blij als een kind en kocht appelmoes, rinse appelstroop en stroopwafels. (Misschien kom ik nog terug voor de Remia fritessaus, kletskoppen of speculaas...)
  • Een paar dagen geleden heb ik een introductieles salsa gedaan, met Aurore (want ja, ik ben haar ook alweer tegengekomen in Perth). Het was hilarisch.
  • En als we het dan toch weer over toevallige ontmoetingen hebben: een paar dagen geleden trok ik een sprintje om de bus te halen. De laatste jongen die instapte vertelde de chauffeur om even te wachten op mij. Bleek die jongen een andere roommate uit Cairns te zijn, die ik al vier maanden niet had gezien! Het moet niet gekker worden.
  • Op het moment ben ik part time vegetariër. Australiërs eten altijd vlees: bacon als ontbijt, worstjes als lunch en dan een flinke barbecue als diner. Dat ging me nogal tegenstaan. En nu eet ik eigenlijk nog maar een of twee keer per week vlees.
  • Australiërs zijn lui wat betreft taal. Articulatie is veel te ingewikkeld, en ‘lange' woorden kunnen altijd korter: g'day (good day), brekkie (breakfast), barbie (barbecue), Oz (Australië), mozzie (mosquito), chewie (chewing gum), footy (Australian Rules football), sunnies (sunglasses). Enzovoorts.

Hoofdstuk 4. Tussen Darwin en Broome

Lieve lezers, I'm struggling. Niet alleen met mijn Nederlands, maar ook en vooral met het optekenen van mijn ervaringen. Ik heb afgelopen maand zo veel meegemaakt... En het overgrote deel van de ervaringen draaide bovendien vooral om visuele wonders - en dat is nogal moeilijk om met woorden te omschrijven. Ik ga toch een poging wagen, en raad iedereen verder aan om de nieuwste foto's op mijn Facebook te bekijken!

Darwin
Mijn vlucht van Melbourne naar Darwin vertrok 's avonds, wat betekende dat ik om twee uur 's nachts op het vliegveld aankwam. Geen shuttlebus op dat tijdstip, dus uit pure noodzaak heb ik in m'n slaapzakje op de grond in de aankomsthal geslapen... Gelukkig was ik niet de enige! Eenmaal in het hostel zag ik een lift offer naar Broome, precies waar ik naar op zoek was. Die avond heb ik de mensen die de lift aanboden ontmoet, en het klikte goed, dus ik besloot mee te gaan. We vertrokken echter al twee dagen later, dus ik had maar één volle dag om Darwin echt te bekijken. Die dag heb ik daarom volgeboekt met het bezoeken van de botanische tuinen, het museum - veel aboriginal kunst, nice! - en tot slot de Sunset Markets: een grote markt op het strand tijdens de zonsondergang. Superleuk, want het was echt een avondje vermaak: een vuurshow, een man met slangen en babykrokodillen, kraampjes met eten van over de hele wereld, muziek, en van alles te koop (van sieraden tot handlezingen, van aboriginal kunst tot Australische cowboyhoeden). Maar voor zover Darwin, tijd voor de roadtrip!

Roadtrip Darwin-Broome
Eerst even een korte omschrijving van de medereizigers:

  • John, 32, Ierland, eigenaar van de auto. Type ‘ik ben al eerder in Australië geweest maar ik voel me nog steeds jong (lees: ik kan geen vriendin vinden en zit bijna tegen m'n midlife crisis aan)'. Grappig accent, dat Iers.
  • Lucie, 24, Frankrijk. Wat stil in het begin, maar toen ze eenmaal wat loskwam erg grappig vanwege flapuit-achtige uitspraken als 'you look like Tarzan!'
  • Shai, 23, Israël. Lijkt eigenlijk inderdaad wel een beetje op Tarzan (lang haar, ongeschoren...), maar zonder het gespierde figuur.

De weg van Darwin naar Broome kan op verschillende manieren worden afgelegd, afhankelijk van het type auto. Omdat de auto waarmee we gingen geen 4x4 was, hebben we de Savannah Road gereden: de normale snelweg. De andere weg is een zand-/gravelweg door het natuurgebied The Kimberley - daar kom ik later op terug. Het was niettemin een toffe ervaring (ook al zit je soms uren in de auto zonder ook maar iets tegen te komen op de weg: alle afstanden die je in Nederland gewend bent zijn in één klap nietsbetekenend), omdat we onderweg stops maakten op mooie plekken. De eerste stop was in Kakadu National Park, een natuurgebied dat ik graag helemaal had uitgeplozen, maar omdat de andere drie het al hadden gezien, namen we alleen een kijkje bij wat watervallen die niet te veel van onze route af lagen. Het was het zeker waard. De eerste waterval kon je beklimmen, en eenmaal boven kon je zwemmen in het meertje waar het water doorheen ging voordat het de waterval afdonderde. De tweede waterval bereikten we na een wandeling, en had een prachtig geïsoleerd meertje (zwemmoment nummer twee). Na het beklimmen van wat rotsen sprongen we zo'n zes meter naar beneden in het water, heerlijk!

De volgende twee dagen stopten we bij enkele watervallen meer, en daarna reden we door naar Wyndham, het oudste en meest noordelijke dorpje van West-Australië. Daar is de Five Rivers Lookout, een uitkijkpunt waar je over bijna de gehele 360 graden vijf rivieren ziet samenkomen. Indrukwekkend, maar waarschijnlijk nog veel mooier in het natte seizoen. Het noorden van West-Australië kent slechts twee seizoenen: het natte (november tot maart) en het droge seizoen (april tot oktober). Alleen in het droge seizoen zijn alle wegen open (al zijn er hier en daar nog steeds plekken waar een rivier de weg kruist) en is daarom meer geschikt voor reizigers, maar alles wat met water te maken heeft is net iets je minder indrukwekkend: de watervallen zijn kleiner, de meertjes en rivieren minder diep, de natuur net iets minder groen. Het mocht de pret echter niet drukken: alles wat we zagen was nog steeds prachtig!

In een van mijn eerdere blogs maakte ik al een verwijzing naar de film Wolfe Creek: een thriller gebaseerd op een waargebeurd verhaal, over backpackers die liften, maar worden vermoord door de eigenaar van de auto. Ze werden gevonden in Wolfe Creek, een grote meteorietkrater in het noordwesten. Aangezien dit op onze route lag, wilden we dit zeker niet overslaan. Het is namelijk ook no g eens de tweede grootste meteorietkrater ter wereld (zo'n 850 meter in doorsnee). Maar eerlijk gezegd, viel het een beetje tegen... De krater was niet erg diep, omdat de wind duizenden jaren de tijd heeft gehad om er zand in de blazen. Maar toch: ik ben er geweest!

Die avond kregen we een platte band, bij het iets te enthousiast door een water crossing rijden. (Nee, dat moet je inderdaad niet doen in een gewone auto...) Band verwisseld, en de volgende dag nam het bijna de hele dag in beslag om naar een dorpje te rijden waar we een nieuwe band konden aanschaffen. Maar goed, dat moet je ook een keer meegemaakt hebben.

De laatste twee dagen waren geweldig: we zagen de prachtigste gorges (meertjes onderaan een waterval - ik weet eigenlijk geen exacte vertaling ervoor): Windjana Gorge, Tunnel Creek en Lennard River Gorge. In Windjana Gorge zagen we veel zoetwater krokodille;. deze zijn kleiner en minder gevaarlijk dan de krokodillen waar je normaal meteen aan denkt, want ze zijn maar zo'n anderhalf tot twee meter lang, en niet echt geïnteresseerd in het verorberen van mensen. Vandaar dat we dichtbij konden komen: tot zo'n twee meter! Tunnel Creek was een grot van 750 meter lang, waar je - terwijl je door ijskoud water liep - prachtige lichtinvallen en stalactieten tegenkwam. Lennard River Gorge was mooi: een gorge ingesloten door zo'n vijftig meter hoge rotsenformaties. Voor al deze ervaringen verwijs ik zeker door naar mijn Facebook, want een beeld zegt hier écht meer dan duizend woorden.

Roadtrip The Kimberley
Eenmaal in Broome hadden Shai en ik de smaak te pakken: we wilden écht The Kimberley in. We besloten een 4x4 te huren en een berichtje op het prikbord te hangen om medereizigers te vinden. En dat lukte! Met vier mensen (naast Shai en ik waren dat Elmar (25, Nederland) en Ulla (26, Duitsland)), camping gear en veel ingeblikt voedsel vertrokken we enkele dagen later om de offroad weg door The Kimberley te doen, de Gibb River Road. Ook op deze roadtrip geldt: de foto's zijn beter dan de verhalen, dus ik ga even door de highlights heen:

  • Purnululu National Park, vooral bekend om de Bungle Bungles: een eeuwenoude mountain range met heuvels die ook wel worden vergeleken met bijenkorven. Ontzettend indrukwekkend om te zien.
  • El Questro Park: een verzameling gorges die vaak alleen bereikt kunnen worden door een intensieve wandeltocht over rotsen en door het water. We hebben veel gelopen daar... Maar het was het allemaal waard. In El Questro zagen we - natuurlijk - El Questro Gorge, maar ook de Zebedee Hot Springs (warm water!), Moonshine Gorge (wandeltocht van zeven kilometer) en Emma Gorge (sprakeloos...).
  • Manning Gorge: een grote, indrukwekkende gorge met watervallen om onderdoor te zwemmen, vlakke rotsbanken om op te zonnebaden en de mogelijkheid om vanaf metershoge rotsen in het water te springen.
  • Mornington Wilderness Park: over het algemeen viel dit park met enkele gorges en swimming holes een beetje tegen, maar het was zeker een van de meest grappige momenten toen we een tweepersoonskano stalen met z'n vieren - zonder peddels (zestig dollar huur per kano vonden we een beetje te veel). Met stukken hout peddelden we misschien tweehonderd meter, en toen zonken we... Slappe lach gegarandeerd!
  • Bell Gorge: met stip op nummer één als mooiste gorge, vooral omdat dit een van de enige is die in het droge seizoen nog grote watervallen heeft. Met een klim-/zwemtocht waarbij je de rivier volgt kom je bovendien de mooiste uitzichten tegen.

Maar deze roadtrip was nog niet half zo leuk geweest als we niet met deze groep mensen waren. Het kernbegrip is zonder twijfel: flauwe grappen. We hebben ontzettend veel gelachen, vooral bij het dagelijkse kampvuur in de avond. Zelfs een platte band (kosten nieuwe band: $310) kon de sfeer niet verpesten. Ik hoop dat ik met ze allemaal nog in contact kan blijven! (We grapten al over een roadtrip van Europa naar Israël...)

Broome
Terug in Broome reisde iedereen één voor één verder: Elmar terug naar Nederland, Ulla verder naar Nieuw-Zeeland en Shai door naar Thailand. En toen was alleen ik nog over. Maar niet getreurd, want al snel stond het volgende avontuur voor de deur. Daarover meer in mijn volgende blog! Een tipje van de sluier: aboriginal communities...

Hoofdstuk 3. Berri-fail

De titel van dit hoofdstuk geeft hetal mooi aan: mijn van tevoren o-zo bejubelde baantje was niet echt wat ik ervan verwachtte. Geen gemoedelijk familiemotel, geen vriendelijke leidinggevende en geen drie maanden het ‘ik ben op wintersportvakantie'-gevoel. Geen internet, dus lange tijd geen nieuwe blog. En, erger nog: in heinde en verre was geen fatsoenlijke berg te bekennen. Laat staan sneeuw. Kun je het je voorstellen? Er was eigenlijk vooral veel negatief aan de hele onderneming. De Russische leidinggevenden (type: slecht Engels) kregen het telkens voor elkaar om je in de meest idiote situaties te plaatsen - maarachteraf kan ik er (gelukkig) wel om lachen.

Canberra
Maar laat ik bij het begin beginnen. De laatste keer dat ik schreef was ik nog in Brisbane. Na Brisbane ben ik doorgereisd naar Canberra, op weg naar de Australian Alps. Dacht je dat Sydney of Melbourne de hoofdstad van Australië was? You thought wrong. De hoofdstad is Canberra - een relatief kleine en voor veel mensen saaie stad. Ik, als kunst- en cultuurliefhebber, kwam er echter prima aan mijn trekken. Natuurlijk heb ik het Parliament House bezocht (heel toepasselijk op 9 juni, de dag van de verkiezingen in Nederland): een prachtig staaltje moderne architectuur. En toen ik de rondleider vertelde dat ik uit Nederland kwam, liet ze me een prachtige oude staande klok zien, die de Nederlandse regering ooit cadeau heeft gedaan aan haar Australische collega's. Leuk! Ik raakte aan de praat met een van de beveiligers, aan wie ik vertelde dat er verkiezingen waren in Nederland. Hij vertelde me dat de Nederlandse ambassade praktisch om de hoek lag, en dat ik daar waarschijnlijk wel mijn stem kon uitbrengen. Als brave GroenLinks-stagiaire wilde ik daarom een poging wagen - maar na vele omzwervingen in de vrieskou (Canberra heeft échte Hollandse winters) bleek dat stemmen alleen mogelijk was, wanneer je je van tevoren aangemeld had. Een bezoekje aan de National Gallery of Australia maakte het echter allemaal weer goed: een prachtig museum met een grote collectie kunst van over de hele wereld. Het statige Australian War Memorial bezocht ik de dag erna: een aangrijpend monument met uitgebreid oorlogsmuseum. Tot slot heb ik nog een prachtige moderne dansvoorstelling bezocht, een samenwerking tussen Australische en Singaporese dansstudenten.

Berridale
Tijd om Canberra te verlaten, en de Snowy Mountains op te zoeken. Nou ja, mountains... Eenmaal in Berridale vroeg ik me af ik wel goed zat: geen sneeuw te bekennen. En Berridale was écht een isolated shithole, zoals men me van tevoren had verteld. Er was alleen een pub, een tankstation, een bakker en een general store. (Ik had het graag een supermarkt willen noemen, maar nee: die naam verdient het eigenlijk niet. Het was klein, en aan de eind van de week was een groot deel van de voorraad op. Bovendien was alles ongeveer drie keer zo duur als in een grote supermarkt, dus het was niet bepaald the place to go. Maar dat terzijde). Het motel was niet veel beter: oud en vies, en de werkgevers chaotisch. En zoals ik eerder al aangaf: hun Engels was nou niet bepaald om over naar huis te schrijven. Op het moment dat de eerste werknemers arriveerden (ik en twee andere Nederlandse meisjes), moest alles nog opgeruimd en grondig schoongemaakt worden. Alle kamers, de keuken, het hele restaurant én het huis waar wij zelf zouden verblijven. In twee weken. In die twee weken heb ik voornamelijk schimmel verwijderd, inboedel van het restaurant door de vaatwasser gedaan (honderden borden, schalen, pannen, glazen, bekers, soorten bestek...) en heel veel vierkante meters geveegd, gestofzuigd en gedweild. Hard werk, maar het verdiende in ieder geval goed.

BerriFAIL
Maar over het algemeen was het dus niet bepaald rozengeur en maneschijn... Ik wil je enkele bizarre situaties niet onthouden:

Op een dag tijdens de lunch, sneed ik mezelf in mijn hand terwijl ik mijn broodje open wilde snijden. Het was een scherp mes, en de snee daardoor redelijk diep, dus voor de zekerheid reden twee collega's met een auto me naar het ziekenhuis. (Het hoefde gelukkig niet gehecht te worden, maar het werd wel gelijmd.) Toen ik terug was in het motel, vertelde de baas me doodleuk dat ik een ander mes had moeten gebruiken om mijn brood te snijden. En dat ik dat had moeten weten, want op mijn CV staat dat ik eerder in de horeca heb gewerkt. Nou ja! Een 'Are you OK?' was beter op z'n plaats geweest...

De kok arriveerde: een jongen uit Engeland, met flinke werkervaring in een chique restaurant. Die werkervaring betekende echter niet veel voor de baas. Nee, hij liet hem nauwelijks iets zelf doen, legde de simpelste dingen uit, en keek hem constant op de vingers. Voor sommige groepen gasten in het motel moest 's ochtends een lunch om mee te nemen gemaakt worden: een sandwich met kaas, ham, komkommer, tomaat en sla. Eitje, zou je denken. Maar nee, dat was toch echt te ingewikkeld voor ons, als doodgewone werkgevers. Alleen de kok mocht dat doen, en zelfs hem werd het uitgebreid voorgedaan. Geen grapje: de baas legde de kok uit hoe hij de boter moest smeren. Echt waar.

Nog zoiets: de baas had zo zijn favorieten. Na je een dag of wat op de vingers te hebben gekeken, leek hij voor zichzelf besloten te hebben wie hard en snel werkte, en wie niet. En als je geen goede indruk had gemaakt, kreeg je gewoon minder uren. Tot het punt dat sommigen nauwelijks de huur konden betalen van de uren die ze wekelijks mochten werken. Want ja, we moesten honderd euro huur per week betalen om te leven in een slecht geïsoleerd huis, dat bovendien op twintig minuten lopen van het motel af lag - een afstand die ik dagelijks twee tot vier heb moeten lopen. Oh, en voor dat huis werd op je eerste loonstrookje bovendien 350 euro borg ingehouden. En als je niet twee weken van tevoren aangaf wanneer je wilde stoppen met werken, dan zag je die borg nooit meer terug. En dat terwijl de baas in principe wel de macht had om je ter plekke te ontslaan.

Een beetje positiviteit
Gelukkig was het niet alleen maar drama. We zaten met zo'n twaalf backpackers in het huis, wat betekende dat er ook leuke momenten waren. Je had ten minste mensen met wie je samen kon klagen en schelden. Eén van de leuke momenten was mijn verjaardag: met verjaardagskaarten en een heuse taart, gebakken door een collega (oké, hij smaakte naar scrambled eggs, maar het idee was leuk). Zo hadden we meer gezellige avonden, en dat maakte het allemaal wat draaglijker. Wat ik ook heel tof vond, was het feit dat we trainingen kregen in skiverhuur. Als wintersporter was het erg leuk om je eigen te maken hoe alles op een ski en snowboard moet af- en ingesteld moet worden. Een kleine nuance in alle negativiteit is dus wel op zo'n plaats.

Melbourne
Na een maand was het echter wel weer mooi geweest (ik ben hier natuurlijk vooral om te genieten!), en trok ik verder. Volgende missie was de westkust, van Darwin naar Perth. Het ticket naar Darwin was het goedkoopst vanaf Melbourne, vandaar dat ik daar eerst naartoe ging.

En daar ben ik nu nog steeds. Morgen gaat mijn vlucht naar het noorden, maar eigenlijk wil ik nog niet weg. Ik ben verliefd geworden op Melbourne: een hippe metropool die barst van de mogelijkheden. Voor iedereen: studenten, backpackers, kunstliefhebbers, multicultiknuffelaars (in de positieve zin - niet de Geert Wilders-nasmaak), fashion lovers, culinaire neuzen, kroegtijgers, gokkers (één van de grootste casino's in de zuidelijke hemisfeer), fietsers, en ga zo maar door. In de zes dagen dat ik hier ben geweest, heb ik al ontzettend veel gedaan en gezien. (En ook gekocht. Au, zei mijn bankpas.) Een kleine opsomming: twee kathedralen, het provinciehuis, het stadshuis, het Museum for the Moving Image, de National Gallery of Victoria (WOW! Een aanrader voor elke kunstliefhebber), de Queen Victoria Market, het prachtige treinstation, de immense bibliotheek met historische tentoonstelling, de mooie oude art deco shopping arcades... Maar dat is niet het enige wat leuk is aan Melbourne; ik zit namelijk ook in een hostel met geweldige medereizigers. Gezellige, slimme, grappige en interessante mensen met wie ik superveel plezier heb. Dat maakt het nog lastiger om te vertrekken. Maar goed, ik moet weer door!

Tot slot
Je zult misschien gezien hebben dat ik eindelijk geprobeerd heb foto's op mijn weblog te uploaden. Dit heeft me veel tijd en moeite gekost: de fototoepassing van reismee.nl is langzaam en geeft vaak foutmeldingen. Ik kan dus niet beloven dat er nog veel foto's bij komen (oprechte excuses voor de mensen die me extrafotoruimte cadeau hebben gedaan). Op mijn Facebook staan echter wél veel foto's, omdat dit een erg snelle website is. Dus voor alle mensen zonder Facebook: maak ook een profiel aan om mijn foto's te bekijken, of kijk een keertje mee met iemand die een account heeft!

Voor zover hoofdstuk 3. Volgende keer Darwin en omgeving: zon, zee en strand!

Een kort intermezzo.

Zoals de titel al zegt: hieronder volgt slechts een kort stukje tekst. Je vraagt je misschien af waarom ik dan niet wat langer wacht, want:het is toch pas een weekje geleden dat ik geschreven heb? Klopt helemaal, maar het is niet zo dat dit stukje tekst kort is, omdat er weinig gebeurd is. Integendeel: er is nogal wat veranderd! Vandaar dat ik jullie toch even van een en ander op de hoogte wil stellen.

1. Ik ben niet meer in Rainbow Beach.
Ik ben in Brisbane op het moment. En ik ben daar op een vrij speciale manier gekomen, namelijk: liftend. (Sommige mensen - vooral degenen die de film 'Wolf Creek' hebben gezien - zullen even naar adem happen, maar maak je geen zorgen: we zijn niet beroofd, aangerand en in stukjes gesneden. Integendeel: we zijn een geweldige ervaring en een paar nuttige telefoonnummers rijker. Maar dat terzijde.)

2. Ik heb een baantje.
En dat is mooi, want nu ik kan ik 'werken in een skimotel'van mijn to-do lijstje schrappen. Vanaf 11 juni (ja, dat is de dag waarop het WK start, en ja, er is televisie in de Snowy Mountains) zal ik werken in het Snowgate Motel te Berridale. (De mensen die Berridale kennen vertellen me allemaal dat het een isolated shithole is, maar goed. Er werken meer backpackers in het motel, dus ik heb er vertrouwen in.) Mijn werkzaamheden zullen varieren van schoonmaken en koken totbedden opmaken, en hopelijk mag ik uiteindelijk ook wat skiverhuur doen. Ik heb er zin in.

3. Ik heb geen idee hoe de rest van mijn reis eruit gaat zien.
Want ik zal vrijwel het gehele skiseizoen werken. Dat betekent: tot halverwege september. En dat betekent dan weer, dat ik nog maar een maand heb tot mijn vlucht naar Nieuw Zeeland. Dus misschien ga ik een en ander omgooien. Het plaatje wat ik nu in mijn hoofd heb, is als volgt: halverwege september vlieg ik naar Perth, vanwaar ik richting Darwin reis. Van Darwin vlieg ik vervolgens naar Sydney, om daar op het vliegtuig naar Nieuw Zeeland te stappen. Zoiets. Of niet. We'll see. Het enige wat voorlopig vaststaat, is dat ik op 8 juni naar Canberra vlieg, en vervolgens op 11 juni met de bus naar het motel reis...

Vanaf nu dus: sneeuwfoto's en -verhalen. Ik heb er zin in! D warme truien, lange sokken en mutsen zijn inmiddels al aangeschaft. (En voor al de mensen die me compleet voor gek verklaren, om in zo'n zonnig land in de sneeuw te gaan werken: ik doe het lekker toch. Gewoon, omdat het kan. En natuurlijk omdat ik van wintersport houd.)

Volgende keer weer een volwaardig hoofdstuk uit mijn dagboek!

Hoofdstuk 2. Lijstjes

Sorry, sorry, sorry. Het is alweer even geleden dat ik iets van me heb laten horen. Het is niet dat ik niet wil; het komt er gewoon niet van. Ik zie dat als een goed teken (blijkbaar heb ik betere dingen te doen dan in een onderkoeld internetcafe vier dollar per uur voor een crappy computer te betalen). Hopelijk kun je daar een beetje begrip voor opbrengen!

Er is onzettend veel gebeurd sinds de laatste keer dat ik schreef. Ik vind het daarom nogal moeilijk om een blog op te zetten: een chronologisch verhaal zou waarschijnlijk vier A4'tjes aan lofuitingen bevatten, en dat wil ik je niet aandoen. Vandaar dat ik het anders ga aanpakken, namelijk: aan de hand van lijstjes! Deze top-3's en top-5's zijn bedoeld om het allemaal een beetje overzichtelijk te houden, maar om je tegelijkertijd een goed beeld te geven van wat ik hier allemaal meemaak. I hope you'll enjoy!

(Even tussen haakjes: er staan al wat foto's op mijn Facebook, dat is gemakkelijker met uploaden. Het is de bedoeling dat uiteindelijk ook hier foto's komen te staan, maar ik kan niets beloven op korte termijn!)

Top 5: Leukste ervaringen
1. Met stip op een staat de roadtrip naar Cape Tribulation en the Atherton Tablelands. Ik zal proberen kort te schetsen waarom dit mijn nummer 1-ervaring is: een paar weken geleden besloten we met een groep gezellige mensen in Cairns een roadtrip te maken. Het begon met zo'n vijf gegadigden en een busje geloof ik, en we vetrokken uiteindelijk met negen mensen (nationaliteiten: Australisch, Frans, Engels, Canadees en Nederlands)en nogeen extra auto. Een korte impressie van onze bezigheden op deze vierdaagse roadtrip: in het wild (= regenwoud) kamperen, kampvuur op het strand maken en kijken naar de met miljoenen sterren bezaaide hemel, zwemmen in de helderste swimming holes midden in het regenwoud (en erin springen vanaf een zes meter hoge rots), rijden op bochtige, smalle wegen met honderden hobbels en gaten, oog in oog staan met spinnen (doorsnee: 10cm) enGoanna's (hagedissen van ruim een meter lang), dagenlang alleen brood en baked beans eten, slechte muziek luisteren op nog slechtere speakers (beter: speakerTJES), etc. Maar vooral: ontzettend veel lachen met een groep geweldige mensen, die ik nooit zal vergeten!
2. Op twee staat mijn skydive van 14.000ft. Dat is springen uit een vliegtuig op ruim vier kilometer hoogte. Wow. Wat een ervaring! Gelukkig zijn daar de foto's, want dit is iets wat ik echt nooit meer wil vergeten. Als de gelegenheid zich voor zou doen, zou ik het zo nog een keer doen!
3. Op drie staat de driedaagse boottrip naar de Whitsunday Islands. Met een groep van zo'n 25 mensen op een boot, om te genieten van snorkelen (helaas geen foto's, maar geloof me: het is indrukwekkend, kleurrijk, prachtig, ongelooflijk, etc.) en natuurlijk de eilanden zelf: spierwitte stranden en helder water, pootjebadend door groepen roggen... En 's nachts slapen op boot in eenienieminibedstee. Vermoeiende, maar prachtige ervaring!
4. Nieuw op vier: Rainbow Beach. Een klein plaatstje met net iets meer dan duizend inwoners, vanwaar veel trips naar Fraser Island verrtekken. Dat doe ik morgen pas, dus daar kan ik nog niets over zeggen. Maar Rainbow Beach heeft mijn hart gestolen: vredig plaatsje aan het strand, met op de berg een enorme duin midden in het bos (een van de vele verrassingen van Moeder Natuur), waar je van alles kunt doen, zoals: surflessen, boomerang schilderen en gooien, sandboarden, dolfijnen voeren, en ga zo maar door. Mijn eerste surfles is over een uurtje!
5. En op vijf: het feit dat ik eindelijk mijn klavertje vier-tatoeage heb laten inkleuren :-). Yeah!

Top 3: Minder leuke ervaringen
1. Op een staat toch echt de urenlange busritten. Van Cairns naar Airlie Beach: 11 uur. Van Airlie Beach naar Rainbow Beach: 14 uur. Hopelijk kan ik snel een autootje kopen!
2. Afscheid nemen van de hechte vriendengroep in Cairns. Hopelijk zie ik ze ooit weer!
3. En niet te vergeten: zeeziek zijn.

Top 5: Leuk aan Australie
1. Met stip op een: de mentaliteit. Open, hulpvaardig, gezellig en vooral: no worries!
2. De hilarische verkeersborden staan op de tweede plaats. Misschien moet je het maar eens Googlen, maar je hebt de raarste borden langs de weg, zoals een auto die een cassowary (soort struisvogel) doodrijdt...
3. Op drie zet ikhet overal aanwezige wildlife. Oke, de grote spinnen en mieren overal zijn dan niet echt om over naar huis te schrijven; maar het feit dat je een krokodil in het wild kan tegenkomen, is toch geweldig?
4. Het Australische accent is simpelweg geniaal. Heerlijk, als een Australier awesome of amazing zegt!
5. En tot slot, gewoon omdat het zo grappig is: het geluid dat een verkeerslicht voor voetgangers maakt wanneer het op groen springt. Het lijkt een beetje op een lasergungeluid...

Top 3: Minder leuk aan Australie
1. Op een: het feit dat je op alles een enorme hoeveelheid belasting moet betalen: reef tax, national park tax, one way fee, stinger suit fee, en ga zo maar door!
2. Nummer twee staat eigenlijk in het verlengde van een: het feit dat ALLES duur is. Internet, supermarkten in kleine plaatsjes, alcohol...
3. En op drie staat voorlopig het feit dat kraanwater naar zwembadwater smaakt. Ik kan er gewoon niet aan wennen.

Top 3: Trots op
1. Toch wel de skydive...
2. Dat ik daadwerkelijk van die metershoge rots in een meertje ben gesprongen.
3. Dat ik bijna alles al geregeld heb hier: sofinummer, bankrekening, Medicare. Ik weet het, het klinkt niet indrukwekkend... Maar misschien wel met de wetenschap dat de meeste backpackers dit pas na maanden regelen, op het moment dat ze daadwerkelijk moeten gaan werken?

Top 3: Spijt van
1. Het feit dat ik een afritsbroek heb meegenomen. Nog nooit gedragen.
2. Dat ik in plaats van mijn afritsbroek niet een extra bikini en twee jurkjes heb meegenomen.
3. En op drie: dat ik sommige mensen zo verwaarloosd heb... Sorry voor alle onbeantwoorde mails en vergeten verjaardagen...

Top 3: Wil ik zeker nog doen
1. Ik heb besloten dat mijn doel wordt om in een skiresort te werken. Waarom? Omdat het kan.
2. Alle boeken van Nick Hornby lezen (Tot nu toe heb ik al gelezen: About a Boy (maar dat was op de middelbare school), Slam en ik ben bezig in High Fidelity).
3. Een auto kopen.

Top 5: Tofste dieren
1. De krokodil! In het wild! Een paar meter van ons zelfgehuurde bootje!
2. Toch de grote groepen roggen. Ze kwamen zo dichtbij...
3. Dolfijn en schildpad (allebei op drie, want ze tellen voor half: ik zag ze alleen in de verte).
4. Zee-adelaar
5. Goanna

Top 3: Dieren die ik nog wil zien
1. Natuurlijk: de kangaroo.
2. Natuurlijk: de koala.
3. En als het kan ook een cassowary, ook al zijn ze zeldzaam.

Zo. Hopelijk heb je nu een beter beeld van al mijn avonturen hier. Klinkt goed, of niet? Morgen ga ik naar Fraser Island, ik weet zeker dat dat ook ergens in een lijstje terecht komt. Evenals mijn surfles zometeen. Maar goed, laat ik niet op de zaken vooruitlopen!

Tot de volgende update!

Liefs, Simone